De ligging van Lutkewierrum


De ligging van Lutkewierrum
© Foto voorblad: Dorpsbelang de Fjouwer Doarpen, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: Met toestemming van de rechthebbende

De ligging van Lutkewierum is niet toevallig ontstaan. Verschillende ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat juist op deze plek een dorp en later een kerk werden gebouwd. Drie factoren speelden daarbij een belangrijke rol.

Een belangrijke voorwaarde voor bewoning was de aanleg van de Oosterenderpolder rond het jaar 925. Deze polder behoort tot de oudste van Friesland en wordt gerekend tot de zogenaamde moederpolders. Door de aanleg van de dijken werd het gebied beter beschermd tegen overstromingen vanuit de zee.

Het overtollige water werd afgevoerd via een netwerk van sloten en waterkeringen in de dijken. Bij laagwater kon het water richting de Middelzee wegstromen. Dankzij deze verbetering van de waterhuishouding werd landbouw aantrekkelijker en nam de opbrengst van het land toe. Hierdoor ontstond behoefte aan meer arbeidskrachten en groeide het aantal inwoners in de omgeving.

In de middeleeuwen kreeg het christelijke geloof een steeds belangrijkere plaats in het dagelijks leven. Op veel plaatsen werden kerken gebouwd om de groeiende bevolking te bedienen. Ook in deze omgeving ontstond de behoefte aan een eigen kerkgebouw.

Binnen het grondgebied van het huidige Lutkewierum waren verschillende vooraanstaande families gevestigd. Zij woonden verspreid over het westelijke deel van de Oosterenderpolder:

  • de familie Bockama bij Greate Wierrum;
  • de familie Mollema, ten noordoosten van het huidige dorp;
  • de familie Reen, gevestigd in de omgeving van het huidige Rien.

Omdat de woonplaatsen van deze families relatief ver uit elkaar lagen, was een centraal gelegen kerk een logische keuze. Mogelijk stond bij Greate Wierrum al eerder een kleine religieuze voorziening, maar uiteindelijk werd besloten een grotere kerk te bouwen op een plek die voor alle betrokkenen goed bereikbaar was. De aanwezige bevolking en de steun van de vooraanstaande families maakten dit mogelijk.

Het stichten van een kerk was in die tijd aan voorwaarden gebonden. Een kerk kon pas officieel worden gewijd wanneer er voldoende inkomsten beschikbaar waren om het gebouw te onderhouden en een pastoor te verzorgen. Daarom werden landerijen of boerderijen aan de kerk geschonken. De opbrengsten hiervan vormden een vaste bron van inkomsten voor de kerkelijke gemeenschap. Deze bezittingen stonden bekend als geestelijke goederen.

De families die aan de stichting van de kerk bijdroegen, genoten vaak bepaalde rechten of privileges. Nog altijd herinneren de grafstenen in de kerk aan de verbondenheid van deze families met het gebouw.

De bouw van een kerk was een langdurig project waarvoor uiteenlopende vakmensen nodig waren, zoals metselaars, timmerlieden en schilders. Daarnaast trokken de werkzaamheden handelaren, vervoerders en andere dienstverleners aan. Rond de kerk en de pastorie ontstond geleidelijk meer bebouwing, waardoor zich uiteindelijk een dorpskern ontwikkelde.

De exacte bouwperiode van de eerste kerk is niet bekend. Uit die tijd zijn nauwelijks schriftelijke bronnen bewaard gebleven. Historische publicaties noemen vaak het jaar 1175 als vermoedelijke bouwdatum, al wordt soms ook uitgegaan van een iets latere voltooiing. Wel staat vast dat de bouw van een stenen kerk in de middeleeuwen een proces van vele jaren, en soms zelfs tientallen jaren, in beslag nam.

© Tekst: Argyf de Fjouwer Doarpen
Lees meer

Gerelateerde informatie


OnderwerpenFoto’s



Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Doarpsbelang De Fjouwer Doarpen)